hoog
adj//ɦoʊ̯χ/ /'ɦoʊ̯χə/ /ˈɦoʊ̯χst//hög
fysisch ver boven iets anders
vergevorderd in een rangorde of volgorde
(geluid) met een groot aantal trillingen per tijdseenheid
met een groot aanzien
(aardrijkskunde) meer boven de zeespiegel gelegen
(aardrijkskunde) meer naar het Noorden gelegen
versterkend voorvoegsel in sterke mate (als een rangorde of een specifiek niveau niet echt denkbaar is)