Heer
n//ɦɪːr//Herre, Herren, herr
(religie) de christelijke aanduiding voor God
m man
m deftige, aanzienlijke persoon van het mannelijk geslacht; iemand met veel sociale status
m belangrijke mannelijke persoon
m welgemanierd persoon, gentleman zn
m heerser
m persoon in wiens dienst men staat, meester, baas
m bezitter van een heerlijkheid
m houder van zekere adellijke titel
m aanspreektitel voor mannelijke personen
m (kaartspel) een van de vaste kaarten, waarvan de waarde meestal tussen die van vrouw en aas in ligt