zijn
possessivePronounhans, vara
derde persoon enkelvoud, mannelijk of onzijdig
ergatief: bestaan, existeren
ergatief: zich bevinden, ergens aanwezig zijn
koppelwerkwoord (gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): gelijk zijn aan:
koppelwerkwoord(gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): tot de groep behoren van
koppelwerkwoord (gevolgd door adjectief): de eigenschap hebben:
hulpwerkwoord: ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van een ergatief werkwoord
hulpwerkwoord: ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm