zijn

possessivePronoun

hans, vara

  1. derde persoon enkelvoud, mannelijk of onzijdig

  2. ergatief: bestaan, existeren

  3. ergatief: zich bevinden, ergens aanwezig zijn

  4. koppelwerkwoord (gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): gelijk zijn aan:

  5. koppelwerkwoord(gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): tot de groep behoren van

  6. koppelwerkwoord (gevolgd door adjectief): de eigenschap hebben:

  7. hulpwerkwoord: ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van een ergatief werkwoord

  8. hulpwerkwoord: ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm

Myndigheter & officiella källor

Relevanta myndigheter och officiella källor för ämnet:

Relaterade källor

Relaterad bevakning och fördjupning finns hos bland andra: