paard
n//paːrt//häst, springare, bygelhäst
(onevenhoevigen) gedomesticeerd hoefdier uit de familie van de paardachtigen Equidae , met vloeiende manen, een langharige staart en relatief korte, opstaande oren, dat als rij- en trekdier gebruikt wordt
(schaak) een schaakstuk dat over de andere stukken heen kan bewegen
(sport) turntoestel op vier poten en met twee handvatten om op te voltigeren of zonder handvatten om overheen te springen