ontstentenis
nfrånvaro, avsaknad, brist, undvikande, uteblivelse, fiasko, misslyckande, strandning
(formeel) het niet voorhanden zijn, ontbreken, niet aanwezig zijn, verhinderd zijn (meestal door factoren buiten de macht van de betrokkene bijvoorbeeld ziekte, familieomstandigheden)
het falen, mislukken