Micha
pn//miˈxa//Mika
(religie) naam van meerdere personen uit de Bijbel
Leviet, nakomeling van Kehat, zoon van Uzziël (4x: 1 Kron. 23:20 +)
afstammeling van Ruben, zoon van Simi, vader van Reaja (1 Kron. 5:5)
een van de Levieten die zich na terugkeer uit de ballingschap in Babel verbinden om de Tora te onderhouden (Neh. 10:12)
man uit het gebied van Efraïm met een eigen heiligdom; de stam Dan rooft beelden en kleding daaruit; andere naam: Michajehu (19x: Recht. 17:5 +)
profeet uit Moreset in de tijd van de koningen Jotam, Achaz en Hizkia van Juda; zijn woorden staan in een naar hem genoemd Bijbelboek (Jer. 26:18, Mi. 1:1)
vader van Abdon of Achbor; andere naam: Michaja (2 Kron. 34:20)
vader van Mattanja, Leviet; andere naam: Michaja (Neh. 11:17, 11:22, 1 Kron. 9:15)
zoon van Jimla, profeet in de tijd van koning Achab van Israël; andere naam: Michajehu (2 Kron. 18:14)
zoon van Mefiboset of Meribbaäl (5x: 2 Sam. 9:12, 1 Kron. 8:34 +)
(religie) boek in de Bijbel en de Tenach, waarin de profeet Micha uit Moreset een hoofdrol speelt
(mannelijke naam) jongensnaam