maar
conjunction//maːr//men
nevenschikkend voegwoord dat een tegenwerping inleidt, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of daarmee inhoudelijk contrasteert
men
nevenschikkend voegwoord dat een tegenwerping inleidt, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of daarmee inhoudelijk contrasteert
Relevanta myndigheter och officiella källor för ämnet:
Relaterad bevakning och fördjupning finns hos bland andra: