baan
n//baːn//bana, omloppsbana
(verkeer) een verkeersweg of fysiek afgegrensd weggedeelte, voor rijverkeer of voor het opstijgen en landen van vlieg- en ruimtevaartuigen
(techniek) het rechthoekige bovenblad van een aambeeld
(natuurkunde) het traject van een projectiel of hemellichaam