appel
n//ɑ.ˈpɛl//äpple, appell
(bloemplanten) (fruit) Malus ronde eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rode, groene of gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom (in het bijzonder van de soort Malus domestica ).
tijdstip waarop alle leden van een groep bijeengeroepen worden om hun aanwezigheid te bewijzen.
het doen van een beroep op iemands gevoel van eer of rechtvaardigheid
(juridisch) hoger beroep
(valkerij): de reactie of gehoorzaamheid van de vogel